Over

Hondenschool Sandra Kraaij

de betaalbare hondenschool aan huis

Wie ben ik:


Ik ben Sandra Kraaij, 45 jaar jong en woonachtig in Enkhuizen, samen met mijn man Wulfert, zoon Mathijs en dochter Emma.


Onze "dierentuin" bestaat naast onze 3 honden uit 2 grasparkieten en 2 haflingers.


Toen ik nog thuis woonde wilde ik al heel graag een hond, maar verder dan het uitlaten van de hond van de buren kwam het niet. Toen ik dan ook eenmaal met Wulfert ging

samenwonen, duurde het niet lang voordat we onze eerste sheltie Sam kregen.


Sam was een super hond, hij heeft me veel geleerd en door hem kwam de

interesse om les te willen geven op een hondenschool. Niet lang daarna werd

ik gevraagd op een hondenschool waar ik met hem trainde. Daar heb ik tot

eind 2014 met heel veel plezier 16 jaar les gegeven.


Maar ik wilde verder, ik heb een opleiding tot gedragstherapeut gevolgd en

samen met mijn diploma's als kynologisch instructeur heb ik de stap genomen

om voor mezelf te beginnen om op kleine schaal mensen te helpen hun

hond op te voeden tot een vrolijke en sociale huisgenoot.


Jaarlijks volgt ik bijscholingsdagen en cursussen om up to date te blijven


Naast het lesgeven en de gedragstherapie train ik met mijn eigen honden.


* Ik step met ze (ook goed voor de eigen conditie),

* ik heb met ze gefrisbeed,

* ik heb met ze gehooperd,

* en dagelijks maken we lekkere wandelingen over de vest/langs het IJsselmeer of in het streekbos.

* daarnaast zet ik de honden regelmatig in tijdens een training met klanten



De Australische herder is een hondenras dat afkomstig is uit de VS. De oorsprong ligt in Noord-Amerika, waar fokkers Europese en Australische honden kruisten. Tegelijkertijd werden vanuit Europa Merinoschapen eerst naar Australië en later naar de VS geëxporteerd. De herders kregen dus de verwarrende naam Australian shepherd door de schapen. De opvatting dat dit ras, net als de Australische veedrijvershond, is ontstaan uit een kruising met een dingo is, is fout.

Uiterlijk

australian shepherd-bluemerleDe Australian shepherd is een middelgrote hond met afgewogen proporties. De vacht is halflang en licht kruis. Op de kop, de buitenzijde van de oren en de voorkant van de voorpoten is de vacht glad.

Aussies in de vier kleurenDe vacht heeft een krachtige en wisselvallige kleur. Ze gaat van blue-merle of red-merle tot eenkleurig zwart (black) of bruin (red). Variaties zijn koperkleurige (copper) en/of witte (white) aftekeningen. Bij alle kleurslagen is de kleur rond de ogen meestal wit.

De ogen hebben de vorm van amandelen en zijn middelgroot. De kleur is aan variaties onderworpen en gaat van blauw tot bruin en amberkleurig. Er is een combinatie van deze kleuren mogelijk door vlekjes en marmering. De schofthoogte van teven is 45 tot 52 centimeter en die van reuen 52 tot 58 centimeter, het gewicht is 20 tot 30 kilogram.

Karakter

blue cowsHet ras werd voor echt, hard herderswerk gefokt. Zo zijn ze gefokt om de koeien en schapen te drijven. Ze doen dit op een meer fysieke manier dan bijvoorbeeld Border Colleis. De honden zijn dan ook zeer actief en koment het best tot hun recht in handen van actieve baasjes.

Honden hebben dan ook genoeg fysieke inspanningen nodig. Toch is alleen bewegen voor veel Aussies niet voldoende, maar hebben ze ook "denkwerk" nodig zodat de hond niet het slachtoffer van verveling wordt. Wij raden iedereen dan ook aan met deze honden een hondensport te beoefenen.

De honden zijn zeer waakzaam en hebben een goed herdersinstinct. Toch is het geen klassieke waakhond. De honden zijn in het algemeen vriendelijk.

Dit ben ik samen met onze toypoedel Sita van 12, op de bank Lara de hond van een klant, daar voor Skye een engelse stafford van een klant en mijn australian shepherds Bram van 6 en Mick van 11 (Mick is inmiddels overleden) 

Bram, winter 2017


Niemand weet precies in welk land onze huidige poedel zijn oorsprong vindt. Er kwamen wollige krullenbollen voor in Spanje, Rusland, Hongarije, Frankrijk, Duitsland… Toch lijken de eigenschappen waarom de poedel tegenwoordig geroemd wordt afkomstig te zijn van de Franse Barbet. De eerste raskenmerken werden in Berlijn opgesteld in 1880, maar Frankrijk krijgt in 1936 de FCI rechten op de rasstandaard.


Vooral de Franse eendenjagers waren dol op de poedel, hij dankt hieraan ook zijn Franse naam Caniche of chien cane  (cane = vrouwtjeseend). De poedel is een echte waterrat, apporteert goed en wil werken voor zijn baas. Allemaal eigenschappen die goed van pas komen bij de eendenjacht. Het scheren in “leeuwtoilet” stamt uit deze tijd, de achterhand wordt glad geschoren, terwijl de vacht tot aan de einde van de ribbenboog lang blijft, ook rond de gewrichten blijft het haar lang. Door het scheren van de achterhand kan de poedel veel gemakkelijker zwemmen omdat zijn vacht veel minder water absorbeert.


De poedel heeft een droomkarakter! En er is voor iedereen wel een hondje in het juiste formaat en de

juiste kleur te vinden, er zijn immers 5 kleuren (6 als je de harlekijn = gevlekt wit/zwart meetelt) en 4

formaten. De poedel is een actief hondje wat graag wandelt, ravot, speelt en wat graag in het middelpunt

van de belangstelling staat. Het is een geboren entertainer die van nature erg gemakkelijk op zijn

achterpootjes kan lopen. De voornaamste reden waarom er in elk familiecircus wel een act zit met poedels.


IMG_5740De poedel heeft een gevoelige antenne waarmee hij de subtielste signalen van zijn baas opvangt.

Is de baas verdrietig komt hij stilletjes troosten, is de baas vrolijk, kan ook hij zijn plezier niet op. Houd er

rekening mee dat hij ook nerveus wordt als hij in een erg druk gezin terecht komt, ook deze signalen pikt

hij op, stress maakt hem niet tot de leukste huisgenoot.


Een poedel is ongetwijfeld het gelukkigst als hij heel zijn roedel om zich heen heeft, dit betekent beslist dat

hij al op jonge leeftijd getraind moet worden in het alleen zijn! Maak het gezellig voor hem in zijn bench met

knabbeltjes, speeltjes en leer hem zo dat het niet zo heel erg is als de baas even weg moet.


De poedel is heel intelligent en kan je werkelijk alles leren, bovendien geniet hij er zelf van als hij

nieuwe trucjes mag leren. Hij reageert heel goed op stemintonatie waardoor opvoeden bijna (en

soms letterlijk) kinderspel wordt, want een kindervriend is hij beslist ook. Dit maakt hem ook heel

geschikt als eerste hond, je kan het bijna niet fout doen. Je moet al heel vreemd uit de hoek komen

wil je poedel agressief worden, zowel tegen mensen als tegen andere honden. Kies je voor een

poedel van het kleinere formaat is deze prima geschikt voor op een appartement, je kunt hem zelfs

leren om zijn behoefte op de kattenbak te doen.


Hebben we hier dus de ideale hond, waar helemaal geen problemen mee te verwachten zijn? Natuurlijk niet, de poedel wil wel aan het werk gezet worden want als hij zich gaat vervelen zal hij zelf wel zoeken naar leuke activiteiten om de verveling de baas te worden, en geloof me, de dingen die je hondje zichzelf aanleert zijn nooit de dingen die jij hem geleerd zou hebben. Betekent dit dat je ellenlange wandelingen met hem moet maken, agility of flyball moet geen bedrijven? Nee hoor, het is voldoende als je hem trucjes laat doen in de huiskamer, verstop zijn beloningssnoepje en laat hem zoeken. Leer hem zelf zijn speelgoed opruimen in zijn kist, eerst de bal (nee Snuffie, dat is beer, eerst de bál), daarná beer en tot slot bot. Laat hem de krant ophalen, en de pantoffels brengen. Je woning wordt zo een agilityparcours op zich. Wist je trouwens dat je hond zich veel meer voldaan en vermoeid voelt na een kwartiertje zoek- ruik en apporteer spelletjes dan na een uur joggen!


De poedel komt voor in de kleuren zwart, wit, (chocolade)bruin, grijs en abricoos. Grijze honden worden zwart geboren, na enkele weken worden de eerste tekenen van grijs zichtbaar rond ogen, snuit en anus. Tegenwoordig zie je ook de harlekijn (wit/zwart gevlekte) poedels.


Toypoedel: tot 28 cm (+ 2 cm) gewicht 3-6 kg.


Dwergpoedel: 28-35 cm (+ 2 cm) gewicht 6-8 kg.


Middenslagpoedel: 35-45 cm (+ 2 cm) gewicht 10-15 kg.


Koningspoedel (of poedel standaard): 45-60 cm (+2 cm) gezicht 20-30 kg


Bij de poedel komen niet veel gezondheidsproblemen voor, ze blijven actief tot op hoge leeftijd en een leeftijd van 16 – 18 jaar is geen uitzondering. Bij de kleinere variant is patella luxatie geen uitzondering.